Traumatisch hersenletsel (TBI)

‍

Een val, een verkeersongeval, een sportongeval of een harde klap op het hoofd kan de werking van de hersenen verstoren. Dit noemen we traumatisch hersenletsel (Traumatic Brain Injury, TBI).

‍

Soms zijn de gevolgen onmiddellijk zichtbaar. Bij andere mensen lijken de eerste onderzoeken geruststellend, maar blijven er toch klachten bestaan.

‍

Concentreren lukt niet meer zoals vroeger. Informatie verwerken kost meer tijd. U vergeet afspraken, vindt moeilijker woorden of raakt sneller uitgeput door gewone dagelijkse activiteiten.

Ook hoofdpijn, duizeligheid, slaapproblemen, overgevoeligheid voor prikkels en emotionele veranderingen kunnen voorkomen.

‍

Traumatisch hersenletsel kan de samenwerking tussen verschillende hersengebieden verstoren, waardoor cognitieve, lichamelijke en emotionele klachten ontstaan.

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat de hersenen ook na een letsel over mogelijkheden beschikken om zich aan te passen. Dit noemen we neuroplasticiteit.

‍

Bij BRAI3N onderzoeken we hoe betrokken hersennetwerken functioneren en of gerichte neuromodulatie, als aanvulling op neurorevalidatie, kan bijdragen aan een beter dagelijks functioneren.

‍

‍

Wat is het juist?

Wat gebeurt er in de hersenen bij traumatisch hersenletsel?

‍

Traumatisch hersenletsel ontstaat wanneer een uitwendige kracht de werking of structuur van de hersenen beschadigt of verstoort.

Dit kan gebeuren door een rechtstreekse impact op het hoofd, maar ook door krachtige versnellingen, vertragingen of draaibewegingen.

‍

Afhankelijk van de aard en ernst van het trauma kunnen verschillende veranderingen ontstaan:

- Hersenkneuzingen: beschadiging van hersenweefsel door een impact.

‍
- Hersenbloedingen:
bloedingen in of rond de hersenen.

‍
- Diffuse axonale beschadiging:
letsels aan zenuwvezels die verschillende hersengebieden met elkaar verbinden.

‍
- Functionele veranderingen:
verstoringen van de activiteit van zenuwcellen en de communicatie tussen hersennetwerken.

‍

Bij een coup-contrecoupletstel kan hersenweefsel beschadigd raken ter hoogte van de impact en aan de tegenoverliggende zijde van de hersenen.

Ook een krachtige beweging van het hoofd zonder rechtstreekse impact kan onder bepaalde omstandigheden hersenletsel veroorzaken.

‍

Een whiplash kan gelijktijdig voorkomen met traumatisch hersenletsel, maar beide aandoeningen zijn niet hetzelfde.

‍

‍

Waarom zijn niet alle gevolgen zichtbaar op een scan?

‍

Bij ernstig traumatisch hersenletsel kunnen een CT-scan of MRI-scan bloedingen, kneuzingen en andere structurele afwijkingen aantonen.

Bij een hersenschudding of lichter traumatisch hersenletsel kan conventionele beeldvorming echter normaal zijn.

‍

Een normale CT- of MRI-scan betekent niet noodzakelijk dat de hersenfunctie na het trauma volledig onveranderd is.

‍

Onze hersenen functioneren als een uitgebreid netwerk waarin miljoenen zenuwcellen voortdurend informatie uitwisselen.

Verschillende hersengebieden moeten samenwerken om te kunnen denken, spreken, onthouden, bewegen en reageren op onze omgeving.

Wanneer deze samenwerking verstoord raakt, kunnen dagelijkse activiteiten plotseling veel meer inspanning vragen.

‍

Iemand kan bijvoorbeeld nog perfect weten wat hij wil zeggen, maar moeilijk op het juiste woord komen. Of een eenvoudige taak afzonderlijk kunnen uitvoeren, maar vastlopen wanneer verschillende handelingen gecombineerd moeten worden.

Dit helpt verklaren waarom sommige patiënten duidelijke beperkingen ervaren zonder dat de oorzaak volledig zichtbaar is op een conventionele scan.

‍

‍

Welke klachten kunnen ontstaan na traumatisch hersenletsel?

‍

De gevolgen van TBI verschillen sterk van persoon tot persoon.

‍

Aandachts- en concentratieproblemen

Na hersenletsel kan het moeilijker worden om de aandacht vast te houden, meerdere taken tegelijk uit te voeren of informatie snel te verwerken.

Lezen, gesprekken volgen of werken in een drukke omgeving kan hierdoor meer inspanning vragen.

Meer informatie vindt u op onze pagina over aandachts- en concentratiestoornissen.

‍

Geheugen- en woordvindingsproblemen

Sommige patiënten vergeten recente informatie, hebben moeite om nieuwe dingen aan te leren of kunnen herinneringen minder vlot oproepen.

Ook woordvindingsproblemen komen voor.

U weet wat u wilt vertellen, maar het juiste woord lijkt niet beschikbaar.

Dit kan samenhangen met veranderingen in de hersennetwerken die betrokken zijn bij taal en geheugen.

Lees meer over geheugenstoornissen.

‍

Problemen met executieve functies

Executieve functies helpen ons om activiteiten te plannen, beslissingen te nemen, impulsen te onderdrukken en flexibel tussen verschillende taken te wisselen.

Na traumatisch hersenletsel kunnen deze processen minder efficiënt verlopen.

Daardoor kunnen gewone dagelijkse taken, zoals koken, administratie of werk organiseren, onverwacht moeilijk worden.

‍

Mentale vermoeidheid en prikkelgevoeligheid

Een veelvoorkomende klacht na TBI is een uitgesproken mentale vermoeidheid.

Activiteiten die vroeger weinig inspanning vroegen, kunnen nu veel energie kosten.

Sommige mensen worden bovendien gevoeliger voor licht, geluid, drukte of langdurige cognitieve inspanning.

Ook slaapproblemen kunnen bijdragen aan de verminderde belastbaarheid.

‍

Hoofdpijn, duizeligheid en evenwichtsproblemen

Na een hersenletsel kunnen hoofdpijn en andere pijnklachten ontstaan.

Soms blijven deze langdurig bestaan, mogelijk mede door veranderingen in de verwerking en regulatie van pijnsignalen.

Daarnaast kunnen duizeligheid en evenwichtsproblemen voorkomen wanneer de verwerking van vestibulaire, visuele of andere sensorische informatie verstoord raakt.

‍

Emotionele en gedragsmatige veranderingen

Ook de regulatie van emoties en gedrag kan na een hersenletsel veranderen.

Sommige patiënten worden sneller prikkelbaar, reageren emotioneler of ervaren meer moeite om met stress om te gaan.

Daarnaast kunnen angst, somberheid, verminderde motivatie of depressieve klachten ontstaan.

Deze veranderingen kunnen samenhangen met het letsel zelf, met de gevolgen ervan voor het dagelijks leven of met een combinatie van beide.

‍

‍

Wat gebeurt er met de hersennetwerken na TBI?

‍

De hersenen werken niet als afzonderlijke, onafhankelijke gebieden.

Vrijwel iedere cognitieve functie vereist een nauwkeurige samenwerking tussen verschillende hersennetwerken.

Traumatisch hersenletsel kan zenuwverbindingen beschadigen en de communicatie tussen deze netwerken verstoren.

Dit wordt ook wel een verandering in de functionele connectiviteit genoemd.

‍

Verschillende netwerken zijn hierbij van belang:

‍

Het Central Executive Network

Dit netwerk ondersteunt onder meer aandacht, planning, werkgeheugen en doelgericht gedrag.

Een verstoring kan bijdragen aan problemen met concentreren, organiseren en het uitvoeren van complexe taken.

‍

Het Salience Network

Dit netwerk helpt bepalen welke informatie uit het lichaam en de omgeving belangrijk is en aandacht verdient.

Veranderingen in dit netwerk kunnen samenhangen met een verstoorde prikkelverwerking en cognitieve of emotionele klachten.

‍

Het Default Mode Network

Dit netwerk is onder meer betrokken bij zelfgerichte gedachten, persoonlijke herinneringen en de verwerking van ervaringen.

Veranderingen in de onderlinge verbindingen kunnen samenhangen met bepaalde geheugen- en cognitieve klachten.

Ook andere netwerken, waaronder motorische, limbische en hippocampale verbindingen, kunnen betrokken zijn.

Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat na TBI veranderingen kunnen optreden in de elektrische activiteit, communicatie en aanpasbaarheid van deze netwerken.

Deze inzichten vormen een belangrijke basis voor de ontwikkeling van gerichte neuromodulatie.

‍

‍

Wat is het verschil tussen eenmalig en herhaald hersenletsel?

‍

Niet ieder traumatisch hersenletsel ontstaat door één ongeval.

Bij sommige mensen worden de hersenen herhaaldelijk blootgesteld aan mechanische krachten, bijvoorbeeld bij contactsporten, herhaalde valincidenten of andere terugkerende hoofdimpacts.

Dit wordt repetitive head impacts (RHI) genoemd.

‍

Herhaalde hoofdimpact kan gepaard gaan met hersenschuddingen, maar ook met impacts waarbij niet telkens onmiddellijk duidelijke klachten optreden.

De langdurige gevolgen verschillen sterk tussen personen en zijn niet altijd rechtstreeks te voorspellen op basis van het aantal doorgemaakte impacts.

‍

Bij mensen met een voorgeschiedenis van herhaalde hoofdimpact worden onder meer veranderingen onderzocht in cognitieve functies, gedrag, stemming, slaap en de samenwerking tussen hersennetwerken.

In een wetenschappelijke review uit 2026 beschrijft Sven Vanneste hoe deze veranderingen mogelijke aangrijpingspunten vormen voor gerichte neuromodulatie en revalidatie.

‍

Herhaalde hoofdimpact betekent niet automatisch dat iemand een neurodegeneratieve aandoening ontwikkelt.

‍

Een aandoening die in dit verband wordt onderzocht, is chronische traumatische encefalopathie (CTE). Deze kan momenteel alleen definitief via neuropathologisch onderzoek na overlijden worden vastgesteld.

Neuromodulatie is niet bewezen als behandeling die CTE voorkomt of de onderliggende ziekteprocessen kan stoppen. Het onderzoek richt zich daarom vooral op beïnvloedbare klachten en het ondersteunen van behouden hersenfuncties.

‍

‍

Neuroplasticiteit: hoe kunnen hersennetwerken zich aanpassen?

‍

De hersenen beschikken over het vermogen om hun activiteit en onderlinge verbindingen aan te passen.

Dit noemen we neuroplasticiteit.

‍

Na een hersenletsel kunnen nog functionerende hersengebieden gedeeltelijk nieuwe taken opnemen of bestaande verbindingen versterken.

Ook kunnen compensatiestrategieën worden aangeleerd om bepaalde beperkingen op te vangen.

‍

Neurorevalidatie probeert deze processen te ondersteunen door gerichte oefening, training en herhaling.

Een belangrijke neurowetenschappelijke vraag is of neuromodulatie de activiteit van bepaalde hersennetwerken zodanig kan beïnvloeden dat deze beter reageren op gerichte revalidatie.

‍

Dit vormt een belangrijk uitgangspunt voor het onderzoek naar gecombineerde neuromodulatie en neurorevalidatie.

‍

Hoe behandelen?

Neurorevalidatie als basis van de behandeling

‍

Het herstel na traumatisch hersenletsel is een individueel proces.

‍

Afhankelijk van de klachten kunnen verschillende behandelingen belangrijk zijn, waaronder cognitieve revalidatie, ergotherapie, kinesitherapie, logopedie, vestibulaire revalidatie, psychologische begeleiding en medische opvolging.

‍

Deze behandelingen zijn gericht op het herstellen van functies, het ontwikkelen van compensatiestrategieën en het verbeteren van het dagelijks functioneren.

Toch blijven sommige patiënten cognitieve, neurologische of lichamelijke beperkingen ervaren, ook wanneer het oorspronkelijke letsel al langere tijd geleden is ontstaan.

‍

Neuromodulatie biedt een aanvullende behandelbenadering waarbij we proberen de werking van betrokken zenuwbanen en hersennetwerken gericht te beïnvloeden.

‍

‍

Neuromodulatie als aanvullende therapie bij TBI

‍

Bij niet-invasieve neuromodulatie gebruiken we elektrische of magnetische stimulatie om de activiteit van bepaalde hersengebieden en hun onderlinge communicatie te beïnvloeden.

‍

Het uitgangspunt is dat ook na hersenletsel nog functionerende hersennetwerken aanwezig zijn die betrokken kunnen worden bij herstel, aanpassing en compensatie.

‍

De behandeling wordt daarom bij voorkeur afgestemd op een duidelijk omschreven klacht of functionele beperking.

‍

Afhankelijk van de situatie kan aandacht uitgaan naar:

- Aandacht en concentratie.

- Geheugen en woordvinding.

- Executieve functies en cognitieve controle.

- Motorische functies.

- Pijnverwerking en posttraumatische hoofdpijn.

- Emotionele regulatie en bepaalde bijkomende stemmingsklachten.

‍

Binnen de niet-invasieve neuromodulatie worden onder meer transcraniële elektrische stimulatie (tES), waaronder tDCS en HD-tDCS, en transcraniële magnetische stimulatie (TMS) onderzocht en toegepast.

‍

Neuromodulatie vervangt neurorevalidatie niet. De grootste wetenschappelijke belangstelling gaat uit naar de mogelijkheid om stimulatie te combineren met gerichte cognitieve, motorische of andere revalidatieactiviteiten.

‍

‍

Waarom is een gerichte behandeling belangrijk?

‍

Niet iedere patiënt met traumatisch hersenletsel heeft dezelfde klachten.

‍

Bij de ene persoon staan geheugenproblemen op de voorgrond. Bij een andere patiënt zijn vooral hoofdpijn, emotionele veranderingen, motorische beperkingen of concentratieproblemen aanwezig.

‍

Bovendien kunnen verschillende hersennetwerken in uiteenlopende mate beschadigd of verstoord zijn.

Daarom is het belangrijk om niet uitsluitend naar de diagnose TBI te kijken, maar vooral naar de specifieke functie die we proberen te ondersteunen.

‍

Onderzoek naar netwerkgerichte neuromodulatie benadrukt drie uitgangspunten:

- Identificeren welke klacht of beperking centraal staat.

- Onderzoeken welke hersennetwerken betrokken zijn en nog voldoende functionele mogelijkheden hebben.

- De behandeling combineren met revalidatie die aansluit bij de gewenste functie.

‍

Het doel is om niet zomaar hersenactiviteit te veranderen, maar om na te gaan of die verandering ook leidt tot een betekenisvolle verbetering in het dagelijks functioneren.

‍

‍

‍

‍

Het BRAI3N-behandeltraject

‍

1. In kaart brengen

Tijdens de eerste evaluatie bespreken we het hersenletsel, uw medische voorgeschiedenis, eerdere onderzoeken en het verloop van de klachten.

We besteden onder meer aandacht aan geheugen, aandacht, woordvinding, executieve functies, vermoeidheid, pijn, evenwicht en emotioneel functioneren.

Ook bestaande neurologische beeldvorming en neuropsychologisch onderzoek kunnen relevant zijn.

Een qEEG-meting en analyse geeft aanvullende informatie over de elektrische activiteit van de hersenen.

Een qEEG vervangt geen neurologische diagnose of neuropsychologische evaluatie en kan op zichzelf niet betrouwbaar bepalen welke neuromodulatiebehandeling het beste zal werken.

‍

2. Gericht behandelen

Op basis van de klinische evaluatie bekijken we welke klachten of beperkingen prioritair zijn.

Wanneer neuromodulatie aangewezen lijkt, kiezen we een benadering die aansluit bij de betrokken hersenfuncties en de beschikbare wetenschappelijke onderbouwing.

Waar passend kan stimulatie worden gecombineerd met bestaande cognitieve, motorische of andere revalidatie.

‍

3. Stabiliseren

Tijdens het behandeltraject volgen we hoe uw klachten en dagelijks functioneren evolueren.

We kijken bijvoorbeeld naar veranderingen in concentratie, geheugen, woordvinding, mentale belastbaarheid of andere vooraf bepaalde behandeldoelstellingen.

Wanneer de behandeling effect heeft, bekijken we hoe we deze verbetering kunnen ondersteunen. Bij onvoldoende resultaat wordt het behandelplan herbekeken.

‍

4. Onderhouden

Wanneer er verbetering optreedt, beoordelen we hoe deze zo goed mogelijk behouden kan worden.

Verdere neurorevalidatie, cognitieve training, aangepaste activiteiten of medische opvolging kunnen hierbij belangrijk blijven.

Niet iedere patiënt heeft neuromodulatie nodig of doorloopt hetzelfde traject.

‍

‍

‍

Blijven uw klachten na traumatisch hersenletsel aanhouden?

‍

Heeft u na een ongeval, hersenschudding of herhaalde hoofdimpact nog steeds moeite met concentreren, geheugen, woordvinding, mentale vermoeidheid of andere neurologische functies?

‍

Bij BRAI3N onderzoeken we welke hersennetwerken betrokken kunnen zijn en of gerichte neuromodulatie een zinvolle aanvulling kan bieden op uw bestaande revalidatie.

‍

Onze aanpak vertrekt vanuit wetenschappelijke inzichten, met aandacht voor uw persoonlijke klachten, mogelijkheden en behandeldoelen.

‍

Neem vrijblijvend contact op of maak een afspraak

‍

‍

‍

‍

Wat toont het wetenschappelijk onderzoek?

‍

Wetenschappelijk onderzoek naar neuromodulatie na traumatisch hersenletsel heeft de afgelopen jaren verschillende interessante resultaten opgeleverd.

‍

Cognitieve functies en woordvinding

In kleine klinische studies zijn verbeteringen beschreven in bepaalde cognitieve functies, waaronder woordvinding, aandacht en executieve controle.

Prof. Dr. Sven Vanneste bestudeert ook hoe gerichte HD-tDCS de hersenactiviteit en cognitieve prestaties bij patiënten met chronisch TBI kan beïnvloeden.

Daarbij worden veranderingen gevonden in zowel bepaalde cognitieve uitkomsten als de elektrische activiteit van betrokken hersennetwerken.

‍

Neuromodulatie in combinatie met cognitieve training

Verschillende onderzoeken richten zich op de combinatie van elektrische hersenstimulatie en cognitieve training.

Het uitgangspunt is dat stimulatie de activiteit van betrokken hersennetwerken kan beïnvloeden terwijl patiënten oefenen met de functies die zij willen verbeteren.

In geselecteerde onderzoeksgroepen zijn gunstige resultaten gerapporteerd voor onder meer cognitieve flexibiliteit, werkgeheugen en informatieverwerking.

‍

Netwerkgerichte neuromodulatie

In een review uit oktober 2026 beschrijft prof. Dr. Sven Vanneste een wetenschappelijk kader waarbij neuromodulatie wordt afgestemd op de individuele klachten en de hersennetwerken die daarbij betrokken zijn.

De review benadrukt dat stimulatie niet noodzakelijk gericht moet zijn op het gebied waar de grootste beschadiging zichtbaar is.

Het kan juist zinvol zijn om een nog functionerend hersengebied te beïnvloeden dat verbonden is met het netwerk dat men wil ondersteunen.

Ook het moment waarop stimulatie wordt gegeven, bijvoorbeeld vóór, tijdens of na cognitieve of motorische training, kan van belang zijn.

Dit vormt een interessant perspectief voor de verdere ontwikkeling van persoonlijke, netwerkgerichte neurorevalidatie.

‍

De huidige studies tonen mogelijkheden, maar nog geen uniforme behandeling die bij alle patiënten met TBI werkt.
De wetenschappelijke onderbouwing verschilt per klacht en stimulatieprotocol.

‍

‍

Non-invasive neuromodulation after repetitive head impacts: current evidence and a precision framework for circuit-based rehabilitation

Vanneste S. Expert Review of Neurotherapeutics. Online gepubliceerd op 22 oktober 2026. doi:10.1080/14737175.2026.2753645.

‍

High-Definition Transcranial Direct Current Stimulation to Improve Verbal Retrieval Deficits in Chronic Traumatic Brain Injury

Motes MA, Spence JS, Yeatman K, et al. Journal of Neurotrauma. 2020;37(1):170–177.‍

‍

‍

High-Definition Transcranial Direct Current Stimulation Modulates Theta Response During a Go-NoGo Task in Traumatic Brain Injury

Chiang HS, Motes M, Kraut M, Vanneste S, Hart J. Clinical Neurophysiology. 2022;143:36–47.

‍

‍

‍Baseline Delayed Verbal Recall Predicts Response to High Definition Transcranial Direct Current Stimulation Targeting the Superior Medial Frontal Cortex

Chiang HS, Motes M, O'Hair R, Vanneste S, Kraut M, Hart J Jr. Neuroscience Letters. 2021;764:136204.

‍

‍

Case Report: Improving Verbal Retrieval Deficits With High Definition Transcranial Direct Current Stimulation Targeting the Pre-Supplementary Motor Area in a Patient With Chronic Traumatic Brain Injury

Chiang HS, Shakal S, Vanneste S, Kraut M, Hart J Jr. Frontiers in Neurology. 2021;12:678518.

‍

‍

Reversal of Unilateral Hand Movement Dysfunction by High Definition Transcranial Direct Current Stimulation in a Patient With Chronic Traumatic Brain Injury

Chiang HS, Shakal S, Strain JF, et al. Brain Stimulation. 2022;15:283–285.

‍

‍

Efficacy of Non-Invasive Brain Stimulation on Cognitive Functioning in Brain Disorders: A Meta-Analysis

Begemann MJ, Brand BA, Ćurčić-Blake B, Aleman A, Sommer IE. Psychological Medicine. 2020;50:2465–2486.

‍

‍

Inflammation, Brain Connectivity, and Neuromodulation in Post-Traumatic Headache

da Silva Fiorin F, do Espírito Santo CC, Da Silva JT, Chung MK. Brain, Behavior, & Immunity – Health. 2024;35:100723.

‍

‍

Non-Invasive Brain Stimulation in Rehabilitation

Kesikburun S. Turkish Journal of Physical Medicine and Rehabilitation. 2022;68(1):1–8.

‍

‍

‍

‍

‍

Opgemaakt door Prof. Dr. Sven Vanneste, Prof. Dr. Dirk De Ridder en Jan Ost - 22..10.2026

Andere aandoeningen die wij behandelen

Auditieve en vestibulaire aandoeningen

Deze aandoeningen hebben te maken met gehoor en evenwicht en kunnen een grote impact hebben op je dagelijks leven.

Neurologische en cognitieve stoornissen

Deze aandoeningen beïnvloeden de hersenfunctie, wat kan leiden tot problemen met aandacht, geheugen en motoriek.

Psychische en emotionele aandoeningen

Psychische aandoeningen kunnen diepgeworteld zijn in neurobiologische disfuncties.

Chronische pijn- en vermoeidheidssyndromen

Chronische pijn en vermoeidheid zijn vaak moeilijk te behandelen met conventionele methoden, vooral wanneer er geen duidelijke lichamelijke oorzaak is.

Vermoeidheidssyndromen en slaapstoornissen

Slaap en energiebeheer zijn essentieel voor het functioneren van de hersenen. Problemen in deze gebieden kunnen leiden tot ernstige vermoeidheid en concentratieproblemen.

Hoofdpijn- en aangezichtspijnaandoeningen

Hoofdpijn en aangezichtspijn kunnen het gevolg zijn van complexe neurologische processen.

Laten we samen jouw situatie bekijken

Klaar om de eerste stap te zetten?

Onze specialisten staan klaar om je te helpen. Ontdek welke behandelingen mogelijk zijn of plan een consultatie.