U voelt zich voortdurend gespannen, piekert over situaties die misschien nooit zullen gebeuren of merkt dat uw lichaam zelfs zonder duidelijk gevaar in een soort alarmtoestand blijft. Uw hartslag versnelt, ontspannen wordt moeilijk en uw gedachten komen nauwelijks tot rust.
Een angststoornis ontstaat wanneer angst of bezorgdheid buitensporig, moeilijk te beheersen of langdurig aanwezig is en uw dagelijks functioneren beïnvloedt.
Angststoornissen kunnen zich uiten in aanhoudend piekeren, paniekaanvallen, sociale angst of het vermijden van bepaalde situaties.
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat angststoornissen gepaard kunnen gaan met veranderingen in de samenwerking tussen hersennetwerken die betrokken zijn bij het herkennen van bedreigingen, het reguleren van emoties en het controleren van gedachten.
Bij BRAI3N onderzoeken we angst vanuit deze hersennetwerken.
Met onze neurowetenschappelijke expertise bekijken we hoe niet-invasieve neuromodulatie, waaronder TMS en transcraniële elektrische stimulatie (tES), mogelijk kan bijdragen aan het beïnvloeden van deze processen.

Angst is een natuurlijke beschermingsreactie. Wanneer onze hersenen gevaar herkennen, bereidt het lichaam zich voor om te reageren. De hartslag versnelt, spieren spannen zich aan en onze aandacht richt zich op mogelijke bedreigingen.
Normaal neemt deze reactie af wanneer het gevaar verdwenen is.
Bij een angststoornis kan het alarmsysteem echter ook actief worden wanneer er geen onmiddellijke bedreiging aanwezig is. De angstreactie kan sterker zijn dan de situatie rechtvaardigt of moeilijk tot rust komen.
Dit kan leiden tot voortdurende waakzaamheid, overmatig piekeren, paniekgevoelens, slaapproblemen en het vermijden van situaties die angst oproepen.
Er bestaan verschillende vormen van angststoornissen, waaronder:
Hoewel de klachten verschillen, spelen bij deze aandoeningen vaak overlappende processen een rol in de verwerking van bedreiging, aandacht en emotieregulatie.
Angst ontstaat niet in één afzonderlijk hersengebied. Verschillende hersennetwerken werken samen om gevaar te herkennen, gedachten en emoties te reguleren en passende reacties te bepalen.
Bij BRAI3N gebruiken we het Triple Network Model als neurowetenschappelijk denkkader om deze processen beter te begrijpen.
Dit model beschrijft drie belangrijke hersennetwerken.
Het Salience Network helpt onze hersenen bepalen welke prikkels belangrijk zijn en onmiddellijke aandacht verdienen.
Belangrijke onderdelen zijn de anterieure insula en de dorsale anterieure cingulate cortex (dACC).
Bij angststoornissen kan de verwerking van mogelijke bedreigingen veranderen. Hierdoor kunnen bepaalde signalen sneller als gevaarlijk of belangrijk worden ervaren.
Dat kan helpen verklaren waarom iemand voortdurend alert blijft, lichamelijke sensaties sterker opmerkt of moeilijk kan ontspannen.
Het Default Mode Network (DMN) is onder meer actief wanneer we nadenken over onszelf, herinneringen ophalen of toekomstige situaties voorstellen.
Dit netwerk speelt een belangrijke rol bij zelfreflectie en het verwerken van persoonlijke ervaringen.
Bij angststoornissen kunnen veranderingen in de activiteit en samenwerking van dit netwerk samenhangen met aanhoudend piekeren, negatieve verwachtingen en moeilijkheden om gedachten los te laten.
Hierdoor kan iemand blijven nadenken over wat er mogelijk verkeerd zou kunnen gaan, zelfs wanneer er op dat moment geen directe aanleiding is.
Het Central Executive Network (CEN) helpt ons om aandacht te richten, informatie te verwerken, beslissingen te nemen en gedachten en gedrag doelgericht te sturen.
De dorsolaterale prefrontale cortex (DLPFC) speelt hierin een belangrijke rol.
Dit netwerk ondersteunt ook onze mogelijkheid om emoties te reguleren en de aandacht bewust te verplaatsen.
Wanneer deze processen minder efficiënt verlopen, kan het moeilijker worden om de aandacht weg te richten van bedreigende gedachten of angstreacties bij te sturen.
De drie netwerken functioneren niet onafhankelijk van elkaar.
Het Salience Network speelt onder meer een rol bij het schakelen tussen interne gedachten en doelgerichte aandacht.
Bij angststoornissen kunnen veranderingen in deze samenwerking bijdragen aan een verhoogde gevoeligheid voor bedreigingen, voortdurend piekeren en moeilijkheden met emotieregulatie.
Het Triple Network Model helpt verklaren waarom angst zowel lichamelijke spanning, emotionele onrust als concentratieproblemen kan veroorzaken.
Niet bij iedereen zijn dezelfde netwerkveranderingen aanwezig. Het model beschrijft mogelijke mechanismen, maar is geen afzonderlijke diagnostische test voor angststoornissen.
Deze neurowetenschappelijke inzichten bieden wel aanknopingspunten voor onderzoek naar behandelingen die de activiteit en samenwerking van betrokken hersennetwerken proberen te beïnvloeden.
Angststoornissen kunnen doorgaans goed worden behandeld met psychotherapie, in het bijzonder cognitieve gedragstherapie (CGT), en waar aangewezen medicatie.
Toch blijven bij sommige mensen klachten bestaan, ondanks eerdere behandelingen, of wordt medicatie onvoldoende verdragen.
Niet-invasieve neuromodulatie biedt een aanvullende benadering waarbij we proberen de activiteit van hersennetwerken die betrokken zijn bij angst en emotieregulatie gericht te beïnvloeden.
Bij BRAI3N vormt de samenwerking tussen neurowetenschappers en clinici de basis voor het zorgvuldig onderzoeken van deze mogelijkheden.
Bij TMS worden via een spoel tegen het hoofd magnetische pulsen toegediend. Deze pulsen beïnvloeden de activiteit van zenuwcellen in bepaalde hersengebieden.
Bij angststoornissen richt wetenschappelijk onderzoek zich onder meer op de prefrontale hersenschors, waaronder de dorsolaterale prefrontale cortex (DLPFC).
Deze regio staat in verbinding met andere hersengebieden die belangrijk zijn voor aandacht, dreigingsverwerking en emotieregulatie.
Door de activiteit van deze netwerken te beïnvloeden, wordt onderzocht of TMS kan bijdragen aan het verminderen van angstklachten.
Systematische reviews en klinische studies laten zien dat bepaalde TMS-protocollen angstklachten kunnen verminderen, met name bij gegeneraliseerde angststoornissen.
De resultaten zijn bemoedigend, maar verschillen per angststoornis, stimulatieprotocol en patiënt.
Naast magnetische stimulatie wordt ook transcraniële elektrische stimulatie onderzocht als behandelmogelijkheid bij angststoornissen.
Bij tES wordt via elektroden op het hoofd een zwakke elektrische stroom toegediend om de activiteit van hersengebieden te beïnvloeden.
Een van de meest onderzochte vormen is transcraniële gelijkstroomstimulatie (tDCS).
Wetenschappelijke studies tonen aan dat tDCS bepaalde processen die betrokken zijn bij angst en emotieregulatie kan beïnvloeden. Sommige klinische onderzoeken laten daarbij een vermindering van angstklachten zien.
De resultaten verschillen echter tussen onderzoeken en angststoornissen. Grotere studies zijn nodig om vast te stellen welke patiënten het meeste baat hebben bij deze behandeling.
Omdat angststoornissen verschillende oorzaken en uitingsvormen hebben, is het belangrijk om iedere patiënt individueel te beoordelen.
Bij BRAI3N kan het behandeltraject uit vier fasen bestaan.
1. In kaart brengen
We beginnen met een evaluatie van uw angstklachten, de omstandigheden waarin ze ontstaan, uw medische voorgeschiedenis en eerdere behandelingen.
Daarbij besteden we aandacht aan piekeren, lichamelijke spanning, slaap, concentratie, vermijdingsgedrag en dagelijks functioneren.
Waar aangewezen kan een qEEG-meting en analyse aanvullende informatie geven over de elektrische hersenactiviteit. Deze meting kan geen angststoornis zelfstandig vaststellen of betrouwbaar voorspellen welk neuromodulatieprotocol het beste zal werken.
2. Gericht behandelen
Op basis van de klinische beoordeling bekijken we welke behandeling het meest passend is.
Wanneer neuromodulatie wordt overwogen, bespreken we welke stimulatietechniek mogelijk in aanmerking komt, wat de wetenschappelijke onderbouwing is en welke beperkingen of risico's daarbij horen.
Psychotherapie blijft een belangrijk onderdeel van de behandeling, vooral om angstreacties, vermijdingsgedrag en onderliggende denkpatronen aan te pakken.
3. Stabiliseren
Tijdens het behandeltraject volgen we hoe uw klachten evolueren.
We bekijken onder meer of angstgevoelens, lichamelijke spanning, piekeren en vermijdingsgedrag veranderen en welke invloed dit heeft op uw dagelijks leven.
Waar nodig wordt het behandelplan bijgestuurd.
4. Onderhouden
Wanneer uw klachten verminderen, bekijken we hoe deze vooruitgang zo goed mogelijk behouden kan worden.
Afhankelijk van uw situatie kunnen verdere psychologische begeleiding, medicatie, het oefenen van nieuwe vaardigheden en medische opvolging belangrijk blijven.
Niet iedere patiënt heeft neuromodulatie nodig of doorloopt hetzelfde traject.
De neurowetenschappelijke benadering van BRAI3N bouwt voort op onderzoek naar hersennetwerken die betrokken zijn bij angst, dreigingsverwerking en emotieregulatie.
Onze onderzoeksbijdragen en onafhankelijke internationale publicaties helpen om de rol van deze netwerken beter te begrijpen en nieuwe mogelijkheden voor neuromodulatie te onderzoeken.
Tinnitus and Anxiety Disorders: A Review
Pattyn T, Van Den Eede F, Vanneste S, Cassiers L, Veltman DJ, Van De Heyning P, Sabbe BCG. Tinnitus and anxiety disorders: a review. Hearing Research. 2016;333:255–265.
Lees de publicatie in Hearing Research
Large-Scale Brain Networks and Psychopathology: A Unifying Triple Network Model
Menon V. Large-scale brain networks and psychopathology: a unifying triple network model. Trends in Cognitive Sciences. 2011;15(10):483–506.
Lees de publicatie in Trends in Cognitive Sciences
Non-Invasive Brain Stimulation in the Treatment of Generalized Anxiety Disorder: A Systematic Review and Meta-Analysis
Qi L, Wang S, Li X, Yu Y, Wang W, Li Q, et al. Non-invasive brain stimulation in the treatment of generalized anxiety disorder: a systematic review and meta-analysis. Journal of Psychiatric Research. 2024;178:378–387.
Lees de publicatie in Journal of Psychiatric Research
Immediate and Long-Term Efficacy of Transcranial Direct Current Stimulation (tCDS) in Obsessive-Compulsive Disorder, Posttraumatic Stress Disorder and Anxiety Disorders: A Systematic Review and Meta-Analysis
Xie L, Hu P, Guo Z, Chen M, Wang X, Du X, et al. Immediate and long-term efficacy of transcranial direct current stimulation (tCDS) in obsessive-compulsive disorder, posttraumatic stress disorder and anxiety disorders: a systematic review and meta-analysis. Translational Psychiatry. 2024;14:343.
Lees de publicatie in Translational Psychiatry
A Systematic Review of Transcranial Magnetic Stimulation for Generalized Anxiety Disorder, Obsessive-Compulsive Disorder, and Posttraumatic Stress Disorder
Reddy SM, Rains CB, Ng VC, Kugley SA, Ovelman CM, Gaynes BN, et al. A systematic review of transcranial magnetic stimulation for generalized anxiety disorder, obsessive-compulsive disorder, and posttraumatic stress disorder. BMC Psychiatry. 2026;26:325.
Lees de publicatie in BMC Psychiatry
Opgemaakt door Prof. Dr. Sven Vanneste, Prof. Dr. Dirk De Ridder en Jan Ost - 09.10.2026
Deze aandoeningen hebben te maken met gehoor en evenwicht en kunnen een grote impact hebben op je dagelijks leven.
Deze aandoeningen beïnvloeden de hersenfunctie, wat kan leiden tot problemen met aandacht, geheugen en motoriek.
Psychische aandoeningen kunnen diepgeworteld zijn in neurobiologische disfuncties.
Chronische pijn en vermoeidheid zijn vaak moeilijk te behandelen met conventionele methoden, vooral wanneer er geen duidelijke lichamelijke oorzaak is.
Slaap en energiebeheer zijn essentieel voor het functioneren van de hersenen. Problemen in deze gebieden kunnen leiden tot ernstige vermoeidheid en concentratieproblemen.
Hoofdpijn en aangezichtspijn kunnen het gevolg zijn van complexe neurologische processen.
Onze specialisten staan klaar om je te helpen. Ontdek welke behandelingen mogelijk zijn of plan een consultatie.