Migraine is veel meer dan gewone hoofdpijn. Een migraineaanval kan uw dagelijkse leven plotseling volledig stilleggen.
Bonzende hoofdpijn, misselijkheid en een uitgesproken gevoeligheid voor licht, geluid of geuren kunnen ervoor zorgen dat werken, sociale activiteiten of zelfs eenvoudige dagelijkse taken tijdelijk onmogelijk worden.
Ook tussen de aanvallen door kan migraine een grote invloed hebben. Sommige mensen worden voortdurend geconfronteerd met de onzekerheid wanneer een volgende aanval zal optreden.
Migraine is een neurologische aandoening waarbij de verwerking van pijn en andere prikkels in de hersenen verandert.
Verschillende hersengebieden en zenuwnetwerken spelen hierbij een rol.
Dankzij wetenschappelijk onderzoek begrijpen we steeds beter hoe deze netwerken bijdragen aan migraine. Dit heeft niet alleen geleid tot nieuwe geneesmiddelen, maar ook tot de ontwikkeling van neuromodulatie als aanvullende behandelmogelijkheid.
Bij BRAI3N onderzoeken we hoe deze neurowetenschappelijke inzichten kunnen worden vertaald naar een persoonlijke behandeling, met als doel de frequentie, intensiteit en impact van migraine te verminderen.

Migraine is een terugkerende neurologische aandoening die meestal gekenmerkt wordt door aanvallen van matige tot ernstige hoofdpijn.
Een migraineaanval duurt bij volwassenen doorgaans vier tot 72 uur wanneer deze niet succesvol wordt behandeld.
De pijn wordt vaak ervaren als bonzend of kloppend en bevindt zich meestal aan één zijde van het hoofd, hoewel ook beide zijden getroffen kunnen worden.
Naast de hoofdpijn kunnen verschillende klachten optreden, waaronder:
- Misselijkheid en soms braken.
- Overgevoeligheid voor licht, geluid en geuren.
- Toename van de pijn bij gewone lichamelijke activiteit.
- Duizeligheid of een gevoel van instabiliteit.
- Concentratieproblemen en een vertraagd denkvermogen.
- Uitgesproken vermoeidheid, zowel tijdens als na de aanval.
Migraine komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Erfelijke aanleg, hormonale veranderingen en verschillende omgevingsfactoren kunnen een rol spelen.
Een migraineaanval verloopt niet bij iedereen op dezelfde manier. Verschillende fasen kunnen elkaar opvolgen of gedeeltelijk overlappen.
1. De waarschuwingsfase
Uren tot soms enkele dagen voor de hoofdpijn kunnen subtiele veranderingen optreden.
Sommige patiënten ervaren plotselinge vermoeidheid, concentratieproblemen, stemmingsveranderingen, nekstijfheid of een opvallende behoefte aan bepaalde voedingsmiddelen.
Ook vaker geeuwen of een veranderde dorst kunnen voorafgaan aan een migraineaanval.
2. De aurafase
Bij een deel van de patiënten ontstaat een zogenoemde aura.
Dit zijn tijdelijke neurologische verschijnselen die meestal geleidelijk ontstaan en vaak vijf tot zestig minuten duren.
Een visuele aura kan zich bijvoorbeeld uiten in lichtflitsen, zigzaglijnen, blinde vlekken of een verstoord gezichtsveld.
Ook tintelingen of tijdelijke taalproblemen kunnen voorkomen.
De meeste mensen met migraine hebben echter geen aura.
3. De hoofdpijnfase
Tijdens deze fase ontstaat de typische migrainehoofdpijn.
Naast de pijn kunnen misselijkheid, overgevoeligheid voor prikkels en een sterke behoefte aan rust optreden.
Sommige patiënten trekken zich tijdens een aanval terug in een stille, verduisterde kamer.
4. De herstelfase
Na het verdwijnen van de hoofdpijn kan het zenuwstelsel nog enige tijd ontregeld aanvoelen.
Vermoeidheid, moeite met concentreren, een zwaar gevoel in het hoofd en verminderde belastbaarheid kunnen nog uren of soms langer aanwezig blijven.
Migraine wordt tegenwoordig beschouwd als een complexe aandoening van de hersennetwerken die betrokken zijn bij prikkelverwerking, pijnregulatie en autonome lichaamsfuncties.
Verschillende neurologische systemen werken hierbij samen.
De hypothalamus: het ritme van het lichaam
De hypothalamus helpt onder meer bij het reguleren van slaap, waakzaamheid, hormonale processen en verschillende automatische lichaamsfuncties.
Onderzoek toont aan dat de activiteit en verbindingen van de hypothalamus al vóór het ontstaan van migrainehoofdpijn kunnen veranderen.
Dit kan helpen verklaren waarom een migraineaanval voorafgegaan wordt door veranderingen in slaap, energie, dorst of eetlust.
De hersenstam: verwerking en beïnvloeding van pijnsignalen
De hersenstam bevat belangrijke zenuwkernen die betrokken zijn bij pijnregulatie.
Onder meer de locus coeruleus, het periaqueductale grijs en verschillende trigeminale zenuwkernen spelen een rol.
Deze gebieden staan in verbinding met andere hersenstructuren en helpen bepalen hoe pijnsignalen worden doorgegeven en beïnvloed.
Het trigeminovasculaire systeem: een belangrijke pijnroute
De nervus trigeminus, of vijfde hersenzenuw, speelt een centrale rol bij de gevoelswaarneming van het hoofd en aangezicht.
De zenuw staat onder meer in verbinding met de hersenvliezen en bloedvaten binnen de schedel.
Bij migraine worden onderdelen van dit trigeminovasculaire systeem geactiveerd. Daarbij worden signaalstoffen vrijgemaakt, waaronder calcitonin gene-related peptide (CGRP).
CGRP is betrokken bij de overdracht en versterking van migrainegerelateerde pijnsignalen en vormt daarom ook een belangrijk aangrijpingspunt voor moderne migrainemedicatie.
De thalamus en hersenschors: gevoeligheid voor prikkels
De thalamus helpt bij het verwerken en doorgeven van sensorische informatie naar de hersenschors.
Bij migraine kunnen veranderingen optreden in de verwerking van licht, geluid, aanraking en pijn.
Ook verschillende hersennetwerken die betrokken zijn bij aandacht, emoties en pijnregulatie vertonen tijdens migraine veranderingen in hun activiteit en onderlinge verbindingen.
Dit helpt verklaren waarom migraine veel meer symptomen kan veroorzaken dan alleen hoofdpijn.
Een migraine-aura wordt in verband gebracht met een verschijnsel dat cortical spreading depression wordt genoemd.
Hierbij verplaatst een golf van veranderde elektrische activiteit zich langzaam door een deel van de hersenschors.
Wanneer dit proces bijvoorbeeld de visuele hersenschors beïnvloedt, kunnen lichtflitsen, zigzaglijnen of gezichtsveldstoornissen ontstaan.
Het woord depression verwijst hierbij naar een tijdelijke verandering in de activiteit van zenuwcellen en heeft niets te maken met een depressieve stemming.
Bij sommige patiënten neemt het aantal aanvallen geleidelijk toe.
We spreken van chronische migraine wanneer iemand gedurende meer dan drie maanden minstens vijftien dagen per maand hoofdpijn heeft, waarvan minstens acht dagen kenmerken van migraine vertonen.
Veranderingen in de verwerking en regulatie van pijnsignalen kunnen bijdragen aan deze evolutie.
Het zenuwstelsel kan gevoeliger worden voor bepaalde prikkels, terwijl processen die normaal helpen om pijn te onderdrukken minder efficiënt kunnen functioneren.
Dit wordt onder meer onderzocht binnen het concept van centrale sensitisatie.
Ook andere factoren, zoals slaapstoornissen, hormonale schommelingen, stress en overmatig gebruik van aanvalsmedicatie, kunnen het verloop van migraine beïnvloeden.
Bij patiënten met langdurige klachten kunnen bovendien mechanismen betrokken zijn die ook onderzocht worden bij chronische pijn.
Een goede migrainebehandeling begint met het herkennen van het migrainepatroon en het inschatten van de impact op het dagelijks functioneren.
Bij een passende behandeling kunnen zowel de frequentie van de aanvallen als de ernst van de klachten verminderen.
De klassieke behandeling bestaat onder meer uit aanvalsmedicatie en, wanneer nodig, preventieve medicatie.
Naast klassieke geneesmiddelen zijn er tegenwoordig ook specifieke behandelingen die gericht zijn op CGRP of de receptor ervan.
Afhankelijk van het type migraine en de ernst van de klachten kunnen daarnaast andere behandelingen, zoals botulinetoxine bij chronische migraine, zinvol zijn.
Toch blijven sommige patiënten aanvallen ervaren, ondanks eerdere behandelingen. Anderen verdragen bepaalde geneesmiddelen onvoldoende of willen, waar mogelijk, hun medicatiegebruik beperken.
Voor deze patiënten kan neuromodulatie een interessante aanvullende behandelmogelijkheid zijn.
Neuromodulatie is een behandelmethode waarbij we de activiteit van zenuwen en hersennetwerken gericht proberen te beïnvloeden.
Bij migraine is deze benadering bijzonder interessant omdat verschillende systemen die betrokken zijn bij het ontstaan en onderhouden van aanvallen toegankelijk zijn voor niet-invasieve stimulatie.
Neuromodulatie kan zich richten op perifere zenuwbanen, de verwerking van pijnsignalen in de hersenstam of hersennetwerken die betrokken zijn bij pijnregulatie en prikkelgevoeligheid.
Het doel is niet alleen om de pijn tijdens een aanval te beïnvloeden, maar bij preventieve toepassingen ook om het aantal migrainedagen en de impact van aanvallen te helpen verminderen.
Een belangrijke onderzoekslijn richt zich op zenuwen die verbonden zijn met de pijnverwerkende systemen in de hersenen.
Hierbij worden onder meer de trigeminuszenuw, de nervus vagus en zenuwen in het achterhoofd onderzocht.
Door deze zenuwen elektrisch te stimuleren, kunnen signalen worden beïnvloed die via de hersenstam in verbinding staan met verschillende pijnregulerende hersengebieden.
Verschillende vormen van perifere neuromodulatie worden inmiddels toegepast bij migraine en zijn opgenomen in internationale behandelrichtlijnen.
Afhankelijk van de techniek kan de stimulatie gericht zijn op het verminderen van een acute migraineaanval of het voorkomen van nieuwe aanvallen.
Het achterhoofd vormt een bijzonder interessant aangrijpingspunt binnen de neuromodulatie.
De zenuwbanen vanuit de bovenste nekwervels, waaronder de tweede cervicale zenuw (C2), staan in verbinding met het trigeminocervicale complex.
In dit systeem komen pijnsignalen uit het hoofd, het aangezicht en de bovenste nekregio samen.
Wetenschappelijk onderzoek naar occipitale zenuwstimulatie heeft aangetoond dat beïnvloeding van deze zenuwbanen bij bepaalde patiënten met moeilijk behandelbare hoofdpijn klinisch relevante effecten kan geven.
Bij BRAI3N wordt ook gewerkt met niet-invasieve stimulatie van de occipitale en cervicale regio, waarbij de neurofysiologische verbindingen met pijnverwerkende systemen een belangrijk uitgangspunt vormen.
De resultaten van verschillende occipitale stimulatietechnieken zijn niet rechtstreeks onderling uitwisselbaar. Daarom beoordelen we steeds welke toepassing voor het individuele klachtenpatroon voldoende wetenschappelijke en klinische aanknopingspunten biedt.
Naast stimulatie van perifere zenuwbanen kan ook de activiteit van de hersenen zelf worden beïnvloed.
Onderzoek naar transcraniële elektrische stimulatie (tES), waaronder transcraniële gelijkstroomstimulatie (tDCS) en high-definition tDCS (HD-tDCS), laat zien dat elektrische stimulatie veranderingen kan veroorzaken in hersengebieden en netwerken die betrokken zijn bij migraine.
Ook transcraniële magnetische stimulatie (TMS) wordt bij migraine onderzocht en voor bepaalde stimulatievormen klinisch toegepast.
Mogelijke aangrijpingspunten zijn onder meer de motorische hersenschors, de prefrontale hersenschors en netwerken die verbonden zijn met de thalamus, hersenstam en pijnregulerende systemen.
Een gerandomiseerde studie uit 2024 toonde bijvoorbeeld aan dat HD-tDCS veranderingen kan veroorzaken in de functionele verbindingen tussen hersengebieden die betrokken zijn bij migraine en de verwerking van pijnsignalen.
Dit ondersteunt het wetenschappelijke uitgangspunt dat neuromodulatie niet noodzakelijk uitsluitend lokaal werkt, maar ook invloed kan uitoefenen op bredere hersennetwerken.
1. In kaart brengen
We beginnen met een uitgebreide evaluatie van uw migraineklachten.
Daarbij kijken we onder meer naar het aantal migrainedagen, de ernst van de aanvallen, eventuele aura's, uitlokkende factoren, medicatiegebruik en eerdere behandelingen.
Ook slaap, vermoeidheid, stress en andere neurologische klachten kunnen relevant zijn.
Waar aangewezen kan een qEEG-meting en analyse aanvullende informatie geven over de elektrische hersenactiviteit. Een qEEG is op zichzelf geen diagnosetest voor migraine en kan niet zelfstandig bepalen welke behandeling het beste zal werken.
2. Gericht behandelen
Op basis van de klinische beoordeling bekijken we of aanvullende neuromodulatie zinvol kan zijn.
De behandeling kan zich, afhankelijk van de individuele situatie, richten op perifere zenuwbanen, de occipitale regio of betrokken hersennetwerken.
We bespreken welke behandeldoelen realistisch zijn en welke wetenschappelijke onderbouwing voor de gekozen aanpak beschikbaar is.
3. Stabiliseren
Tijdens het behandeltraject volgen we systematisch hoe uw migraine evolueert.
Daarbij besteden we aandacht aan de frequentie en intensiteit van de aanvallen, de hoeveelheid aanvalsmedicatie en de invloed van migraine op uw dagelijkse leven.
Afhankelijk van het effect kan de behandeling worden aangepast of stopgezet.
4. Onderhouden
Wanneer de klachten verminderen, bekijken we welke verdere opvolging zinvol is om de behaalde verbetering zo goed mogelijk te behouden.
Niet iedere patiënt heeft onderhoudsbehandelingen nodig en het verloop verschilt van persoon tot persoon.
Heeft u regelmatig migraine, blijven de aanvallen bestaan ondanks eerdere behandelingen of ondervindt u hinder van medicatie?
De wetenschappelijke onderbouwing van neuromodulatie bij migraine is de afgelopen jaren aanzienlijk uitgebreid.
In 2021 publiceerde een internationale expertgroep een wetenschappelijke beoordeling waarin transcraniële gelijkstroomstimulatie (tDCS) bij migraine werd ingedeeld als waarschijnlijk effectief (niveau B), op basis van de destijds beschikbare studies.
In 2025 publiceerde de International Headache Society een nieuwe internationale richtlijn over niet-invasieve neuromodulatie bij migraine.
Hierin worden verschillende specifieke neuromodulatieapparaten genoemd als mogelijke behandeling voor acute migraineaanvallen of als preventieve behandeling.
Ook nieuwe behandelvormen worden verder onderzocht, met aandacht voor de activiteit en de onderlinge verbindingen van betrokken hersennetwerken.
Bij BRAI3N vormen deze wetenschappelijke inzichten het uitgangspunt om neuromodulatie op een zorgvuldige en individueel gerichte manier toe te passen.
We volgen de ontwikkelingen in het wetenschappelijk onderzoek en maken onderscheid tussen gevestigde behandelopties en toepassingen waarvoor de klinische evidentie nog verder wordt opgebouwd.
International Headache Society Evidence-Based Guidelines on the Use of Non-Invasive Neuromodulation Devices for the Acute and Preventive Treatment of Migraine Yuan H, Orr SL, Al-Karagholi MAM, et al. Cephalalgia. 2025;45(10). Gecorrigeerd in maart 2026.
Migraine: From Pathophysiology to Treatment Puledda F, Martins Silva E, Suwanlaong K, Goadsby PJ. Journal of Neurology. 2023;270:3654–3666.
Evidence-Based Guidelines and Secondary Meta-Analysis for the Use of Transcranial Direct Current Stimulation in Neurological and Psychiatric Disorders Fregni F, El-Hagrassy MM, Pacheco-Barrios K, et al. International Journal of Neuropsychopharmacology. 2021;24(4):256–313.
Neuromodulation Techniquesfor Acute and Preventive Migraine Treatment: A Systematic Review and Meta-Analysis of Randomized Controlled Trials Moisset X, Pereira B, Ciampi de Andrade D, Fontaine D, Lantéri-Minet M, Mawet J. The Journal of Headache and Pain. 2020;21:142.
High-Definition tDCS Over Primary Motor Cortex Modulates Brain Signal Variability and Functional Connectivity in Episodic Migraine Lim M, Kim DJ, Nascimento TD, DaSilva AF. Clinical Neurophysiology. 2024;161:101–111.
Update on Neuromodulation for Migraine and Other Primary Headache Disorders: Recent Advances and New Indications Cocores AN, Smirnoff L, Greco G, Herrera R, Monteith TS. Current Pain and Headache Reports. 2025;29:47.
Transcranial Direct Current Stimulation and Migraine—The Beginning of a Long Journey Ayache SS, Chalah MA. Journal of Clinical Medicine. 2020;9(4):1194.
Phenotype of Patients Responsive to Occipital Nerve Stimulation for Refractory Head Pain Paemeleire K, Van Buyten JP, Van Buynder M, et al. Cephalalgia. 2010;30(6):662–673.
Noninvasive Neuromodulation in Migraine Blech B, Starling AJ. Current Pain and Headache Reports. 2020;24:78.
Low Intensity Transcranial Electric Stimulation: Safety, Ethical, Legal Regulatory and Application Guidelines (2017–2025: An Update) Antal A, et al. Clinical Neurophysiology. 2026;184:2111436.
Non-Invasive Neuromodulation for Migraine and Cluster Headache: A Systematic Review of Clinical Trials Reuter U, McClure C, Liebler E, Pozo-Rosich P. Journal of Neurology, Neurosurgery & Psychiatry. 2019;90:796–804.
Opgemaakt door Prof. Dr. Sven Vanneste, Prof. Dr. Dirk De Ridder en Jan Ost - 22.10.2026
Deze aandoeningen hebben te maken met gehoor en evenwicht en kunnen een grote impact hebben op je dagelijks leven.
Deze aandoeningen beïnvloeden de hersenfunctie, wat kan leiden tot problemen met aandacht, geheugen en motoriek.
Psychische aandoeningen kunnen diepgeworteld zijn in neurobiologische disfuncties.
Chronische pijn en vermoeidheid zijn vaak moeilijk te behandelen met conventionele methoden, vooral wanneer er geen duidelijke lichamelijke oorzaak is.
Slaap en energiebeheer zijn essentieel voor het functioneren van de hersenen. Problemen in deze gebieden kunnen leiden tot ernstige vermoeidheid en concentratieproblemen.
Hoofdpijn en aangezichtspijn kunnen het gevolg zijn van complexe neurologische processen.
Onze specialisten staan klaar om je te helpen. Ontdek welke behandelingen mogelijk zijn of plan een consultatie.