Hoofdpijn kan uw dagelijks leven ingrijpend beïnvloeden. Soms gaat het om een drukkende pijn die langzaam opbouwt. Soms ontstaan plotseling hevige pijnscheuten, aanvallen rond het oog of een bonzende hoofdpijn die gepaard gaat met misselijkheid en overgevoeligheid voor licht en geluid.
Bij sommige mensen verdwijnt de pijn na enkele uren. Anderen krijgen steeds opnieuw aanvallen of leven bijna dagelijks met hoofdpijn.
Hoofdpijn is geen afzonderlijke aandoening, maar een verzamelnaam voor verschillende pijnsyndromen met uiteenlopende oorzaken en neurologische mechanismen.
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat bij verschillende vormen van hoofdpijn niet alleen de zenuwen en spieren van het hoofd en de nek een rol spelen, maar ook hersennetwerken die betrokken zijn bij pijnverwerking, prikkelgevoeligheid en pijnregulatie.
Bij BRAI3N onderzoeken we hoe het zenuwstelsel en de hersenen bijdragen aan aanhoudende hoofdpijnklachten.
Vanuit onze neurowetenschappelijke expertise bekijken we of gerichte neuromodulatie een zinvolle aanvullende behandelmogelijkheid kan zijn.

Hoofdpijn kan verschillende oorzaken hebben.
Sommige vormen ontstaan door een neurologische aandoening waarbij de verwerking van pijn- en andere sensorische signalen verandert. Andere vormen hangen samen met problemen in de nek, beschadiging van zenuwen, medicatiegebruik of een onderliggende lichamelijke aandoening.
De hersenen zelf bevatten geen pijnreceptoren. Hoofdpijnsignalen kunnen onder meer ontstaan vanuit zenuwen, bloedvaten, hersenvliezen en structuren van het hoofd en de nek.
Deze signalen worden via verschillende zenuwbanen naar de hersenen geleid, waar ze worden verwerkt en beïnvloed.
Een belangrijk systeem hierbij is het trigeminocervicale systeem.
Dit systeem verbindt pijninformatie vanuit het aangezicht en de hersenvliezen met signalen vanuit de bovenste nekwervels. Het staat in verbinding met de hersenstam, de thalamus en verschillende hersengebieden die betrokken zijn bij pijnwaarneming en pijnregulatie.
Bij bepaalde hoofdpijnvormen kunnen veranderingen in deze systemen bijdragen aan een verhoogde gevoeligheid voor pijn en andere prikkels.
Migraine is een neurologische aandoening die zich meestal uit in terugkerende aanvallen van matige tot ernstige hoofdpijn.
De pijn is vaak bonzend of kloppend en kan gepaard gaan met misselijkheid, overgevoeligheid voor licht en geluid en een duidelijke beperking van de dagelijkse activiteiten.
Bij sommige patiënten ontstaat voorafgaand aan de hoofdpijn een aura, bijvoorbeeld met lichtflitsen, zigzaglijnen of tijdelijke gevoels- of taalstoornissen. Veel patiënten hebben echter migraine zonder aura.
Migraine wordt tegenwoordig beschouwd als een complexe neurologische netwerkstoornis.
Verschillende systemen spelen hierbij een rol, waaronder de hypothalamus, hersenstam, thalamus, hersenschors en het trigeminovasculaire systeem.
Deze hersengebieden zijn betrokken bij pijnverwerking, het reguleren van prikkels en het ontstaan van de verschillende fasen van een migraineaanval.
Lees meer over migraine.
Spanningshoofdpijn is een van de meest voorkomende vormen van hoofdpijn.
De pijn wordt vaak beschreven als een drukkend of knellend gevoel, alsof er een strakke band rond het hoofd zit.
De klachten kunnen samengaan met gevoeligheid van de spieren rond de nek, schouders en schedel.
Bij episodische spanningshoofdpijn spelen perifere pijnmechanismen vermoedelijk een belangrijke rol.
Bij chronische spanningshoofdpijn kunnen ook veranderingen in de centrale pijnverwerking bijdragen aan het aanhouden van de klachten.
Langdurige stress, slaapproblemen en verhoogde spierspanning kunnen de klachten beïnvloeden, maar zijn niet noodzakelijk de enige oorzaak.
Clusterhoofdpijn is een bijzonder intense vorm van hoofdpijn, die meestal aan één zijde van het hoofd voorkomt, vaak rond of achter het oog.
De aanvallen beginnen plotseling en duren doorgaans 15 minuten tot drie uur.
Tijdens een aanval kunnen ook andere symptomen ontstaan, zoals:
- Een tranend of rood oog.
- Een verstopte of lopende neus.
- Een hangend ooglid.
- Uitgesproken bewegingsdrang of rusteloosheid.
Bij episodische clusterhoofdpijn treden de aanvallen op in periodes, afgewisseld met langere klachtenvrije fasen.
De hypothalamus en het trigemino-autonome systeem spelen een belangrijke rol in de neurobiologie van clusterhoofdpijn.
Dit helpt onder meer verklaren waarom aanvallen vaak volgens een herkenbaar dagelijks ritme optreden.
Sommige vormen van hoofdpijn ontstaan vanuit structuren van de halswervelkolom.
Bij cervicogene hoofdpijn kan pijn vanuit de nek uitstralen naar het achterhoofd, de slaapstreek of het gebied rond het oog.
De pijn kan toenemen bij bepaalde nekbewegingen of langdurige houdingen.
De bovenste cervicale zenuwen, waaronder de tweede cervicale zenuw (C2), spelen een belangrijke rol in de gevoels- en pijngeleiding vanuit deze regio.
Een verwante maar afzonderlijke aandoening is occipitale neuralgie. Hierbij ontstaan vaak scherpe, schietende of elektrische pijnscheuten in het achterhoofd, in het verloop van de achterhoofdzenuwen.
Ook na een whiplashtrauma kunnen nekgerelateerde hoofdpijnklachten ontstaan.
Door de verbinding tussen de cervicale zenuwen en het trigeminocervicale systeem kan pijn vanuit de nek worden ervaren in andere delen van het hoofd.
Niet alle pijn in het hoofdgebied is hoofdpijn in de strikte betekenis.
Bij trigeminusneuralgie ontstaan plotselinge, zeer hevige pijnscheuten in het aangezicht.
De aanvallen kunnen worden uitgelokt door gewone handelingen zoals praten, eten, tandenpoetsen of aanraking.
Bij klassieke trigeminusneuralgie speelt druk van een bloedvat op de trigeminuszenuw vaak een belangrijke rol.
Trigeminusneuropathie ontstaat daarentegen door beschadiging of aantasting van de trigeminuszenuw en kan een meer aanhoudende, brandende of prikkelende pijn veroorzaken.
Deze aandoeningen vragen om een specifieke neurologische beoordeling.
Meer informatie vindt u op onze pagina over aangezichtspijn.
Wanneer geneesmiddelen tegen hoofdpijn te vaak worden gebruikt, kunnen ze bij daarvoor gevoelige patiënten bijdragen aan het ontstaan of onderhouden van frequente hoofdpijn.
Dit wordt 'medicatieovergebruikshoofdpijn' genoemd, vroeger ook 'reboundhoofdpijn'.
De aandoening ontstaat meestal bij mensen die al migraine of spanningshoofdpijn hebben.
Afhankelijk van het gebruikte geneesmiddel kan regelmatig gebruik gedurende meerdere maanden het risico op deze hoofdpijnvorm verhogen.
De behandeling richt zich onder meer op het verminderen of stoppen van de overmatig gebruikte medicatie en het beter behandelen van de oorspronkelijke hoofdpijnaandoening.
Soms wordt hoofdpijn veroorzaakt door een andere medische aandoening.
Mogelijke oorzaken zijn onder meer infecties, ontstekingen, vaataandoeningen, hersenbloedingen of gevolgen van een hoofdtrauma.
Een plotseling ontstane, uitzonderlijk hevige hoofdpijn, zeker wanneer die samengaat met neurologische uitvalsverschijnselen, koorts of bewustzijnsveranderingen, vereist een dringende medische beoordeling.
Bij sommige patiënten worden hoofdpijnaanvallen steeds frequenter of blijft pijn aanwezig tussen de aanvallen.
Een mogelijke verklaring is dat de verwerking van pijnsignalen verandert.
Normaal werken pijnregistrerende en pijnregulerende systemen samen om signalen uit het lichaam te interpreteren.
Bij langdurige pijn kunnen deze processen minder efficiënt verlopen. Daardoor kunnen bepaalde prikkels sterker worden ervaren en kan het zenuwstelsel gevoeliger reageren.
Dit wordt onder meer in verband gebracht met centrale sensitisatie.
Bij migraine spelen daarnaast veranderingen in prikkelverwerking, hersenstamactiviteit en de samenwerking tussen verschillende hersennetwerken een rol.
Ook hersengebieden zoals de anterieure cingulate cortex, de insula en de prefrontale hersenschors zijn betrokken bij de verwerking en regulatie van pijn.
Deze inzichten helpen verklaren waarom hoofdpijn niet altijd uitsluitend vanuit de plaats van de pijn kan worden begrepen.
Lees meer over de werking van deze systemen op onze pagina over chronische pijn.
De behandeling van hoofdpijn hangt in de eerste plaats af van de onderliggende aandoening.
Daarom is het belangrijk om de hoofdpijnvorm zorgvuldig te herkennen en mogelijke secundaire oorzaken uit te sluiten.
Bij migraine kunnen aanvalsmedicatie, preventieve medicatie en specifieke behandelingen gericht op het calcitonine-gen-gerelateerd peptide (CGRP) aangewezen zijn.
Bij clusterhoofdpijn behoren onder meer zuurstoftherapie en bepaalde triptanen tot de acute behandelmogelijkheden, terwijl preventieve medicatie kan helpen om het aantal aanvallen te verminderen.
Bij cervicogene hoofdpijn kunnen gespecialiseerde kinesitherapie en behandeling van nekgerelateerde problemen een belangrijke rol spelen.
Wanneer hoofdpijn onvoldoende reageert op eerdere behandelingen, medicatie moeilijk wordt verdragen of de klachten chronisch blijven bestaan, kan neuromodulatie een aanvullende behandelmogelijkheid bieden.
Neuromodulatie is een behandelbenadering waarbij we de activiteit van zenuwen en hersennetwerken gericht proberen te beïnvloeden.
Het doel is om processen die betrokken zijn bij pijngeleiding, prikkelverwerking en pijnregulatie te veranderen.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat verschillende vormen van niet-invasieve neuromodulatie bij bepaalde hoofdpijnaandoeningen klinisch relevante resultaten kunnen geven.
Daarbij kunnen verschillende zenuwbanen en hersennetwerken betrokken worden.
Bij BRAI3N vormt dit een van de neurowetenschappelijke aangrijpingspunten die bij geselecteerde pijnklachten kunnen worden overwogen.
Stimulatie van perifere zenuwbanen
Een belangrijke onderzoeksrichting is de elektrische stimulatie van zenuwen die verbonden zijn met het trigeminocervicale systeem.
Hieronder vallen onder meer stimulatie van de trigeminuszenuw, de nervus vagus en zenuwstructuren in het achterhoofd.
Deze zenuwen staan via de hersenstam in verbinding met systemen die betrokken zijn bij hoofdpijn en pijnregulatie.
Bij bepaalde vormen van migraine zijn verschillende perifere neuromodulatiebehandelingen inmiddels opgenomen in internationale klinische aanbevelingen.
Stimulatie van de occipitale regio en C2
Ook de zenuwbanen vanuit de bovenste cervicale regio vormen een interessant aangrijpingspunt.
De tweede cervicale zenuw (C2) draagt bij aan de gevoelsinnervatie van het achterhoofd en staat via het trigeminocervicale complex in verbinding met systemen die betrokken zijn bij hoofdpijn.
Door elektrische stimulatie van deze regio proberen we de verwerking van pijnsignalen te beïnvloeden.
Stimulatie van betrokken hersennetwerken
Naast perifere zenuwstimulatie worden ook technieken onderzocht die de activiteit van de hersenen rechtstreeks proberen te beïnvloeden.
Voorbeelden hiervan zijn transcraniële elektrische stimulatie (tES) en transcraniële magnetische stimulatie (TMS).
Bij deze technieken kunnen hersengebieden worden beïnvloed die betrokken zijn bij pijnverwerking, prikkelgevoeligheid en cognitieve of emotionele regulatie.
Ook neurofeedback wordt onderzocht als methode om bepaalde patronen van hersenactiviteit te leren reguleren.
Niet iedere neuromodulatietechniek heeft voor iedere vorm van hoofdpijn dezelfde wetenschappelijke onderbouwing.
De wetenschappelijke belangstelling voor neuromodulatie bij hoofdpijn is de afgelopen jaren sterk toegenomen.
In 2025 publiceerde de International Headache Society een internationale richtlijn over niet-invasieve neuromodulatie bij migraine.
Deze richtlijn bevestigt dat verschillende technieken een plaats kunnen hebben bij de acute behandeling of preventie van migraine.
Ook bij clusterhoofdpijn en verschillende vormen van aangezichts- en achterhoofdpijn bestaan wetenschappelijke aanknopingspunten voor neuromodulatie.
Bij BRAI3N vertrekken we vanuit deze wetenschappelijke inzichten om zorgvuldig te beoordelen welke behandelmogelijkheden voor een individuele patiënt relevant kunnen zijn.
Niet alle toepassingen bevinden zich in dezelfde fase van wetenschappelijke validatie.
Waar de beschikbare onderzoeksresultaten en het klinische beeld daarvoor aanleiding geven, kunnen we een aanvullende behandeling overwegen en het effect ervan systematisch opvolgen.
Dit sluit aan bij onze filosofie: Inspired by Science, driven by care.
1. In kaart brengen
We beginnen met een evaluatie van uw hoofdpijnklachten, medische voorgeschiedenis en eerdere behandelingen.
Daarbij besteden we onder meer aandacht aan de plaats van de pijn, de duur en frequentie van aanvallen, uitlokkende factoren, nekklachten, slaap, stress en medicatiegebruik.
Een qEEG-meting en analyse geeft aanvullende informatie over de elektrische hersenactiviteit.
Deze meting kan bepaalde neurofysiologische processen helpen onderzoeken, maar is geen zelfstandige diagnosetest voor hoofdpijn en kan niet op zichzelf de oorzaak van de pijn vaststellen.
2. Gericht behandelen
Wanneer neuromodulatie wordt overwogen, bekijken we welke zenuwbanen of hersennetwerken mogelijk betrokken zijn bij de klachten.
Afhankelijk van het hoofdpijntype kan de behandeling zich richten op perifere zenuwbanen, de cervicale regio of hersengebieden die betrokken zijn bij pijnregulatie.
We bespreken de behandeldoelstellingen, de beschikbare wetenschappelijke onderbouwing en de verwachte mogelijkheden en beperkingen.
3. Stabiliseren
Tijdens het behandeltraject volgen we hoe de hoofdpijn evolueert.
We kijken onder meer naar:
- De frequentie van de hoofdpijn.
- De duur en intensiteit van de aanvallen.
- Het gebruik van pijnmedicatie.
- De invloed op slaap en dagelijks functioneren.
- De mate waarin de behandeling verlichting geeft.
Op basis van deze evolutie kan het behandelplan worden aangepast.
4. Onderhouden
Wanneer de hoofdpijn vermindert, bekijken we hoe deze verbetering zo goed mogelijk behouden kan blijven.
Afhankelijk van de onderliggende aandoening kunnen verdere medische opvolging, medicatie, aangepaste leefgewoonten of aanvullende behandelingen belangrijk blijven.
Niet iedere patiënt doorloopt hetzelfde traject of heeft onderhoudsbehandelingen nodig.
Heeft u regelmatig hoofdpijn of blijven uw klachten bestaan ondanks eerdere behandelingen?
Bij BRAI3N onderzoeken we welke neurologische processen mogelijk betrokken zijn en of neuromodulatie een zinvolle aanvullende behandelmogelijkheid kan bieden.
Tijdens een eerste evaluatie bespreken we uw klachten, eerdere onderzoeken en de mogelijkheden van een individueel behandeltraject.
Yuan H, Orr SL, Al-Karagholi MAM, et al. Cephalalgia. 2025;45(10):1–29. Gecorrigeerde versie, maart 2026.
Cocores AN, Smirnoff L, Greco G, Herrera R, Monteith TS. Current Pain and Headache Reports. 2025;29:47.
Migraine: From Pathophysiology to Treatment
Puledda F, Martins Silva E, Suwanlaong K, Goadsby PJ. Journal of Neurology. 2023;270:3654–3666.
Reuter U, McClure C, Liebler E, Pozo-Rosich P. Journal of Neurology, Neurosurgery & Psychiatry. 2019;90:796–804.
Noninvasive Neuromodulation in Migraine
Blech B, Starling AJ. Current Pain and Headache Reports. 2020;24:78.
Antal A, Bjekić J, Ganho-Ávila A, et al. Clinical Neurophysiology. 2026;184:2111436.
Non-Invasive Management of Head and Neck Neuralgia: A Literature Review
Borghare PT, Methwani DA, Tidke M, Nasre Y, Kumar T. Cureus. 2024;16(8).
Opgemaakt door Prof. Dr. Sven Vanneste, Prof. Dr. Dirk De Ridder en Jan Ost - 22.10.2026
Deze aandoeningen hebben te maken met gehoor en evenwicht en kunnen een grote impact hebben op je dagelijks leven.
Deze aandoeningen beïnvloeden de hersenfunctie, wat kan leiden tot problemen met aandacht, geheugen en motoriek.
Psychische aandoeningen kunnen diepgeworteld zijn in neurobiologische disfuncties.
Chronische pijn en vermoeidheid zijn vaak moeilijk te behandelen met conventionele methoden, vooral wanneer er geen duidelijke lichamelijke oorzaak is.
Slaap en energiebeheer zijn essentieel voor het functioneren van de hersenen. Problemen in deze gebieden kunnen leiden tot ernstige vermoeidheid en concentratieproblemen.
Hoofdpijn en aangezichtspijn kunnen het gevolg zijn van complexe neurologische processen.
Onze specialisten staan klaar om je te helpen. Ontdek welke behandelingen mogelijk zijn of plan een consultatie.