16.9.2026
Een nieuwe studie van Dirk De Ridder et all. onderzocht een experimentele aanpak waarbij niet-invasieve nervus-vagusstimulatie wordt gecombineerd met een geluid dat zo nauwkeurig mogelijk overeenkomt met het tinnitusgeluid van de deelnemer.
De aanpak bleek in deze kleine studie veilig en praktisch uitvoerbaar. De studie toont nog niet aan dat de behandeling tinnitus doeltreffend vermindert.
Er werden tussen de onderzoeksgroepen geen significante verschillen gevonden in tinnitusluidheid of in de Tinnitus Functional Index, een maat voor de bredere impact van tinnitus.
Tinnitus is het waarnemen van geluid zonder een overeenkomstige externe geluidsbron. Wanneer tinnitus gepaard gaat met lijden, kan hij onder meer de slaap, het emotionele welzijn en de levenskwaliteit beïnvloeden.
In deze studie werd onderzocht of een geluid, dat op de tinnitus lijkt, via een leerproces, aan een lichamelijke toestand van ontspanning kon worden gekoppeld.
Daarvoor gebruikten ze in de studie transcutane auriculaire nervus-vagusstimulatie: een niet-invasieve elektrische stimulatie via een elektrode op de tragus van het oor.
Het tijdstip waarop het geluid ten opzichte van de elektrische stimulatie werd aangeboden, stond centraal.
De onderzoekers veronderstelden dat gelijktijdige stimulatie eerder met sympathische activatie samenhing, terwijl een geluid dat vijf seconden later werd aangeboden eerder met parasympathische activatie samenhing. Die veronderstelde autonome activatie werd in deze studie echter niet objectief gemeten.
De gerandomiseerde, dubbelblinde proof-of-conceptstudie omvatte 30 volwassenen met chronische, zuiver tonale tinnitus. Zij werden willekeurig verdeeld over drie groepen van telkens tien deelnemers:
Gelijktijdige stimulatie: de elektrische stimulatie en het tinnitusgelijkende geluid begonnen op hetzelfde moment.
Uitgestelde stimulatie: het geluid begon vijf seconden na de start van de elektrische stimulatie.
Ongekoppelde controleconditie: de elektrische en auditieve prikkels werden op willekeurige tijdstippen aangeboden.
Iedere deelnemer kreeg negen sessies verspreid over drie weken. Het eigen tinnitusgeluid werd zo goed mogelijk nagebootst op basis van toonhoogte, luidheid en waargenomen plaats in het hoofd. Elke behandeling duurde ongeveer 30 minuten.
De onderzoekers verzamelden gegevens vóór de behandeling, onmiddellijk na de behandelperiode en één maand later. De primaire vraag was of de methode veilig en haalbaar was. Daarnaast werden tinnitusluidheid, onaangenaamheid, algemene tinnitusimpact, psychologische klachten, slaap en veranderingen in de hersenactiviteit onderzocht.
Er werden geen ernstige ongewenste effecten gemeld.
De gerapporteerde effecten, waaronder plaatselijke pijn, warmte of tintelingen en een tijdelijke toename van tinnitus, waren mild en voorbijgaand.
Geen enkele deelnemer stopte vanwege een ongewenst effect.
Tussen de drie groepen werden geen significante verschillen gevonden in de verandering van:
- de luidheid van de tinnitus
- de vragenlijst: 'Tinnitus Functional Index'
De studie levert dus geen bewijs dat deze aanpak de tinnitus stiller maakt of de algemene impact ervan vermindert.
In de groep met uitgestelde geluidsstimulatie nam de "onaangenaamheid" van de tinnitus sterker af dan in de groep met gelijktijdige stimulatie.
Dat verschil werd zowel onmiddellijk na de behandeling als één maand later gevonden. De gemiddelde afname onmiddellijk na de behandeling bedroeg 1,75 punt en lag daarmee boven de in het artikel gehanteerde drempel voor een minimaal klinisch belangrijk verschil.
Ook de slaapscore verbeterde in de uitgestelde groep ten opzichte van de gelijktijdige groep. Daarnaast daalde de angstscore in de uitgestelde groep ten opzichte van de ongekoppelde controlegroep.
Bij dit laatste resultaat is extra voorzichtigheid nodig: de uitgestelde groep had bij aanvang al hogere angstscores, waardoor er meer ruimte voor daling was.
De studie was niet opgezet om werkzaamheid te bewijzen, en er werd niet gecorrigeerd voor het grote aantal vergelijkingen.
De bevindingen moeten daarom als hypothesevormend worden beschouwd.
De EEG-analyses lieten verschillen tussen de groepen zien in hersengebieden en netwerken die verband houden met tinnitus en de verwerking van onaangenaam geluid, waaronder de auditieve cortex, de insula en de anterieure cingulate cortex.
Ook deze resultaten zijn verkennend. Ze bieden mogelijke aanknopingspunten voor verder onderzoek, maar bewijzen niet dat de interventie klinisch werkzaam is of via het veronderstelde mechanisme werkt.
De studie beantwoordt vooral een eerste onderzoeksvraag:
"kan deze combinatie van niet-invasieve nervus-vagusstimulatie en een individueel afgestemd tinnitusgeluid veilig en praktisch worden toegepast?"
Binnen deze beperkte groep was het antwoord daarop positief.
Over de werkzaamheid kan nog geen definitieve conclusie worden getrokken. Daarvoor zijn verschillende redenen:
- er namen slechts 30 mensen deel, met tien deelnemers per groep;
- het onderzoek was primair gericht op veiligheid en haalbaarheid, niet op het aantonen van een klinisch effect;
- de autonome respons op de stimulatie werd niet objectief gemeten;
- de behandelperiode duurde slechts drie weken en de follow-up één maand;
- er waren geen afzonderlijke groepen met alleen geluid of alleen nervus-vagusstimulatie;
- de verkennende analyses werden niet gecorrigeerd voor meervoudige vergelijkingen.
Een grotere, vooraf statistisch onderbouwde studie is nodig om te bepalen of de voorlopige veranderingen in onaangenaamheid, slaap en angst reproduceerbaar en klinisch relevant zijn.
Zo'n studie moet ook nagaan of de uitgestelde timing daadwerkelijk de beoogde parasympathische activatie veroorzaakt en of mogelijke effecten op langere termijn standhouden.
Omdat in deze studie vooral een verandering in onaangenaamheid werd gezien en niet in luidheid, zou het zinvol kunnen zijn om misofonie in toekomstig onderzoek verder uit te werken.
Bij misofonie roepen specifieke geluiden een sterke aversieve reactie op, waardoor een aanpak gericht op de onaangenaamheid van geluid theoretisch relevant zou kunnen zijn.
Misofonie werd in deze studie echter niet onderzocht.
Alle deelnemers hadden chronische, zuiver tonale tinnitus.
Het artikel levert daarom geen bewijs dat deze behandeling werkzaam is bij misofonie; het formuleert uitsluitend een hypothese voor toekomstig onderzoek.
Deze eerste klinische studie toont aan dat niet-invasieve nervus-vagusstimulatie gecombineerd met een individueel tinnitusgeluid veilig en uitvoerbaar kan worden toegepast.
Er werd geen significant verschil gevonden in tinnitusluidheid of algemene tinnitusimpact.
De waargenomen veranderingen in onaangenaamheid, slaap en angst zijn interessant, maar voorlopig en hypothesevormend.
De volgende stap is een grotere, voldoende krachtige studie met vooraf vastgelegde werkzaamheidsuitkomsten, correctie voor meervoudige vergelijkingen, objectieve meting van de autonome respons en een langere follow-up.
Deng B, Adhia DB, van Sleeuwen C, Mansell I, De Ridder D. Sound-Paired Vagus Nerve Stimulation for Tinnitus: A Safety and Feasibility Trial. Neuromodulation. 2026. https://doi.org/10.1016/j.neurom.2026.08.002.