hoofdtrauma - Kunnen we de hersenen ondersteunen?

7.11.2026

Kunnen we de hersenen ondersteunen na een hoofdtrauma?

‍

Nieuwe wetenschappelijke inzichten over neuromodulatie en gepersonaliseerde neurorevalidatie.

‍

Na een hersenschudding of herhaalde klappen tegen het hoofd kunnen mensen langdurig klachten blijven ervaren. Concentratieproblemen, geheugenverlies, mentale vermoeidheid, hoofdpijn en emotionele veranderingen kunnen het dagelijks functioneren aanzienlijk beïnvloeden.

Sommige mensen herstellen geleidelijk. Anderen blijven klachten ervaren, zelfs wanneer een klassieke hersenscan geen duidelijke verklaring biedt.

Maar kunnen we de hersennetwerken die nog functioneren gericht ondersteunen om het herstel en de revalidatie te bevorderen?

Dat is de centrale vraag in een nieuwe wetenschappelijke publicatie van prof. dr. Sven Vanneste, medeoprichter van BRAI3N, verschenen op 22 oktober 2026 in het internationale tijdschrift Expert Review of Neurotherapeutics.

In dit overzichtsartikel onderzoekt hij de huidige wetenschappelijke kennis over niet-invasieve neuromodulatie na herhaalde hoofdimpact en stelt hij een nieuw kader voor gepersonaliseerde neurorevalidatie voor.

‍

Wat gebeurt er in de hersenen na herhaald hoofdtrauma?

Onze hersenen bestaan uit miljarden zenuwcellen die via uitgebreide netwerken met elkaar communiceren.

Deze netwerken zijn betrokken bij vrijwel alles wat we doen: denken, onthouden, aandacht richten, emoties reguleren en bewegen.

Herhaalde hoofdimpact kan de werking van deze netwerken beïnvloeden. Niet alleen door mogelijke beschadiging van zenuwcellen of hun verbindingen, maar ook door veranderingen in de communicatie en activiteit tussen verschillende hersengebieden.

Daardoor kunnen uiteenlopende klachten ontstaan, zoals:

  • problemen met aandacht, geheugen en informatieverwerking;
  • mentale vermoeidheid en vertraagd denken;
  • hoofdpijn en andere chronische pijnklachten;
  • slaapproblemen;
  • stemmingsveranderingen, prikkelbaarheid of angst;
  • evenwichtsproblemen en verminderde belastbaarheid.

Niet iedereen ontwikkelt dezelfde klachten. Ook betekenen aanhoudende symptomen niet automatisch dat er blijvende hersenschade of een neurodegeneratieve aandoening aanwezig is.

De oorzaken zijn vaak complex. Slaapstoornissen, pijn, psychische klachten en andere medische factoren kunnen afzonderlijk of gezamenlijk bijdragen aan het klachtenbeeld.

Daarom is een brede medische beoordeling noodzakelijk.

‍

Kunnen hersennetwerken opnieuw beter functioneren?

Een belangrijk uitgangspunt van het onderzoek is dat niet alle hersennetwerken na een letsel op dezelfde manier beïnvloed zijn.

Sommige verbindingen kunnen beschadigd zijn, terwijl andere netwerken nog functioneren.

Onze hersenen beschikken bovendien over een zekere mate van neuroplasticiteit: het vermogen om hun activiteit en verbindingen aan te passen aan ervaringen, training en veranderende omstandigheden.

Dat vormt een belangrijke basis voor neurorevalidatie.

De onderzoeksvraag is of we de activiteit van nog functionerende hersennetwerken gericht kunnen beïnvloeden, zodat ze beter kunnen bijdragen aan het dagelijkse functioneren.

Niet door beschadigde zenuwcellen eenvoudigweg te vervangen, maar door bestaande netwerken mogelijk efficiënter te laten samenwerken of andere netwerken te ondersteunen bij het overnemen van bepaalde functies.

Neuromodulatie is een van de technieken waarmee deze mogelijkheid wordt onderzocht.

‍

Welke rol kan neuromodulatie spelen?

Neuromodulatie omvat verschillende technieken waarmee onderzoekers en clinici de activiteit van het zenuwstelsel proberen te beïnvloeden.

In de nieuwe publicatie bespreekt prof. Vanneste onder andere:

Transcraniële magnetische stimulatie (TMS)

Bij TMS worden magnetische pulsen gebruikt om de activiteit van bepaalde hersengebieden te beïnvloeden.

Deze techniek wordt al toegepast bij geselecteerde psychiatrische aandoeningen, waaronder bepaalde vormen van depressie.

Onderzoekers bestuderen daarnaast of TMS kan bijdragen aan het verminderen van specifieke klachten na hersenletsel, bijvoorbeeld bij stemmingsproblemen of bepaalde cognitieve symptomen.

De resultaten zijn voorlopig wisselend. Er is nog onvoldoende bewijs dat TMS het algemene herstel na herhaald hoofdtrauma verbetert.

Transcraniële elektrische stimulatie (tDCS)

Bij tDCS wordt via elektroden op het hoofd een zwakke elektrische stroom toegediend.

Deze stimulatie kan de prikkelbaarheid van hersengebieden veranderen en daarmee mogelijk beïnvloeden hoe zenuwnetwerken reageren op training en revalidatie.

Bij mensen met traumatisch hersenletsel zijn onder andere aandacht, geheugen en cognitieve functies onderzocht.

Sommige kleine studies tonen veelbelovende resultaten, maar andere studies vinden geen overtuigend voordeel. tDCS wordt daarom nog niet aanbevolen als routinematige behandeling voor geheugenrevalidatie na hersenletsel.

Nieuwe experimentele technieken

Ook gerichte ultrasone stimulatie, stimulatie van perifere zenuwen en andere innovatieve technieken worden besproken.

Deze benaderingen bieden interessante mogelijkheden om hersenactiviteit te beïnvloeden, maar hun klinische werkzaamheid na herhaalde hoofdimpact is nog onvoldoende vastgesteld.

‍

Waarom is gepersonaliseerde neurorevalidatie zo belangrijk?

Een van de belangrijkste conclusies van de publicatie is dat eenzelfde behandeling niet noodzakelijk voor iedere patiënt geschikt is.

Twee mensen kunnen een vergelijkbare voorgeschiedenis van hoofdtrauma hebben, maar toch andere klachten ontwikkelen.

Bij de ene persoon staan geheugenproblemen op de voorgrond. Bij iemand anders zijn vooral vermoeidheid, stemmingsproblemen of hoofdpijn bepalend voor de levenskwaliteit.

Deze klachten hangen niet noodzakelijk samen met dezelfde hersennetwerken.

Daarom stelt prof. Vanneste voor om behandelingen steeds meer te richten op het specifieke probleem én het betrokken hersennetwerk.

Dat betekent dat onderzoekers eerst moeten bepalen:

  1. Welke klacht of functionele beperking willen we verbeteren?
  2. Welke hersennetwerken zijn daarbij betrokken?
  3. Welke netwerken functioneren nog voldoende om beïnvloed te kunnen worden?
  4. Welke stimulatietechniek zou daarvoor geschikt kunnen zijn?
  5. Hoe combineren we eventuele stimulatie met passende revalidatie?
  6. Hoe beoordelen we of het dagelijks functioneren daadwerkelijk verbetert?

Deze benadering verschuift de aandacht van een algemeen behandelprotocol naar een meer individuele, netwerkgerichte aanpak.

Het is een veelbelovend onderzoeksmodel, maar nog geen bewezen standaardbehandeling.

‍

Hoe benadert BRAI3N patiënten met klachten na hoofdtrauma?

Bij BRAI3N staat de samenwerking tussen neurowetenschappelijk onderzoek en klinische zorg centraal.

Onze werkwijze vertrekt vanuit het volledige klachtenbeeld en de mogelijke betrokkenheid van hersennetwerken.

Daarbij gebruiken we vier principes die richting geven aan onze zorg.

1. In kaart brengen

We beginnen met een zorgvuldige beoordeling van de klachten en de medische voorgeschiedenis.

We besteden aandacht aan het hoofdletsel, cognitieve problemen, vermoeidheid, slaap, stemming, pijnklachten, eerdere onderzoeken en de invloed op het dagelijks leven.

Waar aangewezen kan een qEEG-meting en analyse aanvullende informatie geven over de elektrische hersenactiviteit.

Een qEEG kan echter niet zelfstandig vaststellen welke hersenschade aanwezig is of welke neuromodulatiebehandeling bij een individuele patiënt zal werken.

2. Gericht behandelen

Op basis van de klinische beoordeling bekijken we welke begeleiding of behandeling passend kan zijn.

Wanneer neuromodulatie wordt overwogen, beoordelen we de specifieke indicatie, wetenschappelijke onderbouwing, mogelijke risico's en het realistische behandeldoel.

Neuromodulatie is bij de langdurige gevolgen van herhaalde hoofdimpact nog geen bewezen standaardbehandeling. Waar een toepassing experimenteel is, moet dat duidelijk worden besproken en vraagt dit een passend onderzoeks- en veiligheidskader.

3. Stabiliseren

Wanneer een behandeling wordt gestart, volgen we de klachten en het dagelijks functioneren op.

Niet alleen veranderingen in een testresultaat zijn belangrijk, maar vooral de betekenis daarvan voor het dagelijkse leven.

Kan iemand zich beter concentreren? Zijn bepaalde activiteiten minder belastend geworden? Verandert de vermoeidheid of levenskwaliteit?

Op basis van deze evaluatie bekijken we of verdere behandeling aangewezen is.

4. Onderhouden

Wanneer verbetering optreedt, bespreken we hoe de bereikte vooruitgang zo goed mogelijk kan worden behouden.

Verdere revalidatie, aangepaste activiteiten, begeleiding en opvolging kunnen daarbij een rol spelen.

Niet iedere patiënt doorloopt deze fasen op dezelfde manier en niet voor iedereen is neuromodulatie passend.

‍

Wat zegt de wetenschap vandaag over herstel na hoofdtrauma?

De publicatie maakt een belangrijk onderscheid tussen veelbelovende neurofysiologische mechanismen en daadwerkelijk bewezen klinische behandelingen.

Er zijn aanwijzingen dat magnetische en elektrische stimulatie de activiteit van bepaalde hersennetwerken kunnen veranderen.

Maar veranderingen in hersenactiviteit betekenen niet automatisch dat patiënten ook betekenisvol verbeteren.

Een belangrijke dubbelblinde studie uit 2026 bij 91 mensen met aanhoudende klachten na een hersenschudding vond bijvoorbeeld geen significant voordeel van actieve TMS tegenover schijnstimulatie voor de algemene ernst van de klachten.

Daarom benadrukt prof. Vanneste dat grotere, goed gecontroleerde studies noodzakelijk zijn, met voldoende aandacht voor individuele verschillen en resultaten op langere termijn.

Ook is het belangrijk onderscheid te maken tussen langdurige klachten na hoofdtrauma en chronische traumatische encefalopathie (CTE).

CTE is een specifieke neurodegeneratieve aandoening die momenteel alleen na overlijden definitief kan worden vastgesteld. Niet iedereen die herhaald hoofdtrauma heeft opgelopen, ontwikkelt CTE.

Er bestaat momenteel geen bewijs dat neuromodulatie CTE kan voorkomen, stoppen of terugdraaien.

‍

De toekomst: niet alleen hersenactiviteit veranderen, maar functioneren verbeteren

De belangrijkste boodschap uit deze publicatie is volgens ons niet dat er een nieuwe behandeling bestaat die hersenschade kan herstellen.

De betekenis ligt vooral in een andere manier van denken over neurorevalidatie.

We moeten niet alleen onderzoeken wat beschadigd is, maar ook welke hersennetwerken nog functioneren en hoe deze mogelijk beter ondersteund kunnen worden.

Daarbij is de samenwerking tussen neurowetenschappers, artsen, psychologen en andere revalidatiespecialisten essentieel.

Bij BRAI3N blijven we deze ontwikkelingen nauwgezet opvolgen en kritisch onderzoeken hoe nieuwe wetenschappelijke inzichten kunnen bijdragen aan betere, meer individuele zorg.

Want uiteindelijk gaat het niet alleen om het veranderen van hersenactiviteit.

Het gaat erom of mensen daardoor opnieuw beter kunnen functioneren en meer levenskwaliteit ervaren.

‍

‍

Wetenschappelijke publicatie

Vanneste, S. (2026). Non-invasive neuromodulation after repetitive head impacts: current evidence and a precision framework for circuit-based rehabilitation.

Expert Review of Neurotherapeutics. Online gepubliceerd op 22 oktober 2026.

https://doi.org/10.1080/14737175.2026.2753645

‍

‍

Door JAN OST - 07 NOVEMBER -2026