Medisch onderzoek

Structureel onderzoek

Om een beeld te krijgen van de hersenen bekijken we het brein op twee manieren: structureel en functioneel.

Schade aan de structuur of de anatomie van de hersenen, door bijvoorbeeld een hersenbloeding, een tumor, een cyste, witte stof letsels, atrofie, …, heeft een invloed op de werking van het brein. De structuur van de hersenen wordt gedetailleerd weergegeven door een NMR (Nucleaire Magnetische Resonantie), ook MRI (magnetic resonance imaging) genoemd.

De verbindingen tussen hersencellen, de witte stof, zorgen ervoor dat hersencellen met elkaar kunnen communiceren en dat er prikkels worden doorgeven. Grote witte stofbanen kunnen in beeld worden gebracht met DTI (Diffusion tensor Imaging).

Functioneel onderzoek

Zoals een pasfoto niets vertelt over het karakter van de persoon op de foto, zo zal een beeld van de hersenen niet vertellen hoe ze werken. Daarvoor moeten we functionele onderzoeken doen.

Wanneer we rustig en ontspannen zijn blijft ons brein volop aan het werk. Het is niet mogelijk om echt aan niets te denken. Het ontspannen maar alert zijn zonder dat er een taak wordt uitgevoerd noemen we ‘Resting-state’.

Wanneer we een taak uitoefenen zullen bepaalde hersengebieden (afhankelijk van de taak) geactiveerd worden. Deze activatietoestanden kunnen worden gemeten d.m.v. een functionele MRI scan (fMRI), een PET-scan (Positron Emission Tomografie) of een qEEG. Dankzij computerprogramma’s kan het verschil tussen verschillende situaties worden gemeten (bv. voor en na een behandeling) en kunnen er vergelijkingen met normgroepen worden gemaakt.

Deze functionele beelden zijn voor ons belangrijk om te bepalen welke vorm van neuromodulatie het best kan worden toegepast.

Niet alleen de werking van de hersenen moet in kaart worden gebracht. Sommige aandoeningen zoals tinnitus, hyperacusis, evenwichtsstoornissen, geluidstrauma, ... vereisen ook een degelijk onderzoek van de werking van het gehoorapparaat.