Stemmingsstoornissen

Wat zijn stemmingsstoornissen?

Onze gemoedstoestand is sterk afhankelijk van interne en externe factoren. Het is dan niet meer dan normaal dat ons humeur schommelt.

We spreken pas van stemmingsstoornissen wanneer de stemming niet meer in verhouding is met de omgeving.

De meest voorkomende stemmingsstoornissen zijn depressie en manische stoornissen.

Om te voldoen aan de criteria van een depressie moet er sprake zijn van verlies van algemene interesse en een neerslachtige stemming gedurende minstens 2 weken.

Bij depressie worden veranderingen in activiteit en connectiviteit in de hersenen waargenomen.

De diagnose wordt door de huisarts, psychiater of psycholoog gesteld.

Hoe kunnen stemmingsstoornissen behandeld worden?

Medicatie en psychotherapie zijn beproefde en alom toegepaste behandelingen.

Bij een medicamenteuze aanpak kunnen vaak vervelende bijwerkingen optreden.

Neuromodulatie, zoals TMS, wordt al langer toegepast en raakt meer en meer ingeburgerd in de psychiatrie. De effectiviteit van TMS-stimulaties ter hoogte van het voorhoofd (de dorsolaterale prefrontale cortex) als behandeling van ernstige depressies, is al in meerdere centra onderzocht en bewezen geweest. Ook dieper gelegen regio's zoals de anterieure cingulate cortex kunnen als target worden gebruikt (Vanneste, S., Ost, J., Langguth, B. & De Ridder, D. 2014).

Relatief nieuwe vormen zoals tDCS, tRNS, HD-tDCS en Neurofeedback worden ook meer en meer als behandelingsmethoden aangewend.

Neuromodulatie kan worden gecombineerd met cognitieve gedragstherapie. Deze combinatie blijkt een betere uitwerking te hebben dan wanneer beide therapieën los van elkaar worden uitgevoerd (Lana Donse, et all. nov. 2017).

Een qEEG kan ons helpen te bepalen welke neuromodulatie-techniek het meeste effect zou kunnen hebben.