Chronische pijn

Pijn is niet zomaar pijn

Fysiologische pijn:
Pijn voelen is een natuurlijk alarmsignaal dat door ons lichaam wordt gegeven om aan te tonen dat er iets misgaat. Zonder pijnsensatie zouden we niet weten dat we ons kwetsen en zouden we kunnen sterven aan infecties. Pijn is dus levensnoodzakelijk.
Pathologische pijn:
Pathologische pijn is het gevolg van een letsel of slecht functioneren van het sensorische zenuwstelsel. Dit kan chronisch worden (> 6 maanden).
Er bestaan verschillende vormen van pathologische pijn. De meest bekende zijn neuropathische pijn en fantoompijn.

Hoe ontstaat pijn?
In onze hersenen bestaan 3 pijnsystemen. Er bestaan 2 'pijn-aanvoerende' systemen. Het eerste systeem (laterale systeem) geeft ons informatie over de plaats en de intensiteit van de pijn. De pijnprikkel loopt via zenuwbanen in de periferie naar het ruggenmerg en wordt vandaar uit naar de gevoelsschors in de hersenen vervoerd.
Het tweede pijnsysteem (mediale systeem) bepaalt de emotionele en motivationele waarde van de pijn. Niet de gevoelsschors maar de anterieure cingulate cortex, de amygdala en de insula spelen hierbij een belangrijke rol.
Er bestaat echter ook een pijnonderdrukkende systeem dat vanuit de pregenuale gyrus cinguli anterior naar de reticulaire nucleus van de thalamus, het peri-aquaductale grijs en vandaar verder naar het ruggenmerg loopt om inkomende pijnprikkels te blokkeren.

Of men al dan niet pijn waarneemt is afhankelijk van de balans tussen pijnaanvoer en pijnonderdrukking.

Bij pathologische (neuropathische) pijn bestaat er een overactiviteit van de pijnaanvoerende zenuwbanen en een paradoxale toegenomen activiteit van de pijnonderdrukkende banen. De toename van de pijnaanvoer is echter groter dan de pijnonderdrukkende werking waardoor de patiënt toch nog pijn blijft waarnemen.
Fibromyalgie wordt gekenmerkt door een slecht functioneren van de pijnonderdrukkende banen. Zonder duidelijke toename van de pijnaanvoer.

Hoe wordt chronische pijn behandeld?

Eerst moet de oorzaak van pijn worden nagegaan en eventueel worden behandeld. Het heeft geen zin om neuromodulatie toe te passen wanneer de pijn wordt veroorzaakt door een snijwondje. Kan de oorzaak van de pijn niet worden gevonden of behandeld, dan zal de behandeling zich richten op het symptoom zelf: de pijn.

Een symptomatische pijnbehandeling bestaat meestal uit het toedienen van medicatie zoals pijnstillers en ontstekingsremmers. Bij ernstigere pijnsymptomen wordt medicatie gegeven die op de hersenen inwerken zoals anti-epileptica en antidepressiva. Het nadeel van medicatie is dat ze vervelende bijwerkingen kunnen hebben. Anderzijds kan gewenning ontstaan waardoor de dosis van het werkzame product moet worden opgedreven.

Niet-medicamenteuze behandelingen kunnen bestaan uit verschillende vormen van neuromodulatie (tDCS, TMS, HD-tDCS, sLORETA-Neurofeedback, ... .)
Neuromodulatie richt zich op het herstellen van de balans tussen pijnaanvoer en pijnonderdrukking. Enerzijds kan de pijnaanvoer behandeld worden ter hoogte van de dorsale gyrus cinguli anterior en/of de gevoelsschors. Anderzijds kan ook de pijnonderdrukking versterkt worden ter hoogte van de pregenuale gyrus cinguli anterior.

Een qEEG kan ons helpen te bepalen welke neuromodulatie-techniek het meeste effect zou kunnen hebben.